Loek Biesbrouck (83) en RCH zijn al vele decennia lang onafgescheiden. Hij schreef zich op zijn elfde in bij de club uit Heemstede, voetbalde er tot zijn 63ste en is inmiddels erelid. Loek Biesbrouck - (c) Foto Nationaal ArchiefHoogtepunt uit de carrière van de  linksbinnen is zonder twijfel het kampioenschap van Nederland in 1953.

 

Wie tegenwoordig naar het eerste elftal van RCH kijkt, kan zich waarschijnlijk maar moeilijk voorstellen dat de club in het verleden een geduchte tegenstander was voor menig elftal in het Nederlandse topvoetbal. De in 1911 opgerichte vereniging werd in 1953 zelfs glansrijk landskampioen.


,,Dat zie je er nu niet meer aan af'', treurt Maup Kruijer, van 1954 tot 1963 rechtsbinnen van RCH. ,,Ze hobbelen al een tijdje anoniem mee in de derde klasse van het amateurvoetbal. Maar vroeger was het echt fantastisch. De accommodatie deed Engels aan. Het veld was altijd piekfijn verzorgd en daarom heen stonden van die prachtige steile tribunes. Wij trokken tien- tot twaalfduizend mensen tijdens een wedstrijd. Als je nu gaat kijken, staan er niet meer dan tweehonderd mensen langs de lijn.''

Vergane glorie dus. Wie terugdenkt aan de mooiere periodes, stuit al gauw op Loek Biesbrouck. Of zoals Kruijer zegt: ,,Een verhaal over RCH zonder hem te noemen, is niet compleet. Biesbrouck is RCH. Hij was technisch een bijzondere speler, die vanaf de linkshalfpositie het spel verdeelde. Loek was heel elegant en sneller dan iedereen dacht. Hij had een beetje dat Beckbauer-achtige. Alles leek hem heel eenvoudig af te gaan.''Loek Biesbrouck - rechts
Niet verwonderlijk daarom dat de geboren Heemstedenaar gedurende zijn carrière in de belangstelling stond van vele clubs.

Zelfs het buitenland wilde grof betalen voor de diensten van de tweebenige linksbinnen.

,,Ik kon in 1951 naar een Italiaanse club,'' zegt de nu 83-jarige Biesbrouck. ,,Maar ik moest dan wel eerst een oefenwedstrijd spelen. Nou dat heb ik in al mijn wijsheid niet gedaan. Ik kon er dan wel zestigduizend gulden gaan verdienen, maar liep wel het risico voor twee jaar geschorst te worden in Nederland. Die Italianen kregen natuurlijk ook door dat ik dan toch niet terug zou kunnen en konden makkelijk zeggen: Meneer, u krijg maar tienduizend gulden. Welke club het precies was, weet ik eigenlijk niet. Het ging om het zuiden van Italië.''


Eerder al wilde het Franse Racing Club de Paris de middenvelder graag inlijven.
De Parijzenaren zagen Biesbrouck uitblinken op 10 december, tijdens Frankrijk-Nederland.Racing Club de Paris
,,Het was mijn debuut voor het Nederlands elftal. Hoewel we met 5-2 verloren, maakte ik een goede indruk Ze boden me een fantastisch salaris, maar daar was ik niet zo gevoelig voor. Ik had het namelijk niet zo slecht. Mijn assurantiekantoor liep vrij aardig en ik wilde niet het risico lopen dat te verliezen door een avontuur in het buitenland aan te gaan.''

Biesbrouck werd op zijn elfde lid van RCH en debuteerde op zeventienjarige leeftijd in het eerste elftal. ,,Ik voetbalde bij de junioren en moest invallen bij het derde elftal,'' herinnert de nog altijd in Heemstede woonachtige Biesbrouck zich. Ze stonden op het punt van degraderen met nog drie duels te spelen. Met mij erbij hebben ze het uiteindelijk toch gered. Het tweede team moest vervolgens op het terrein van Haarlem een beslissingswedstrijd spelen. Kennelijk zagen ze het in me zitten, want ook daar werd ik gebruikt. En weer wonnen we. Vlak daarna, in april 1938, kwam de stap naar het eerste. Sindsdien ben ik eigenlijk nooit meer uit de basis gelaten.''

Liefst 21 jaar lang hield Biesbrouck het vol in het eerste elftal. In 1961 pas, op zijn 39ste, nam de negentienvoudige international afscheid van het betaalde voetbal. Zijn handelsmerk was zijn ongekende tweebenigheid.

,,Ik kon net zo makkelijk met links als met rechts trappen. Het was zelfs zo dat ze vaak niet wisten of ik links- of rechtsbenig was. Ik denk dat tweebenigheid voor een groot deel met aanleg te maken heeft. Veel oefenen deed ik namelijk niet. Vroeger voetbalde je op straat en in de weilanden en zocht je naar de meest snelle oplossing. Links trappen was voor mij iets heel natuurlijks. Ik vind het trouwens wel een tekortkoming van een voetballer als die slechts met een been kan trappen, omdat je er wel op kunt oefenen. Het grote voordeel van tweebenig zijn is de extra tijd die je krijgt om een beslissing te nemen.''

Wat ook opviel aan Biebrouck waren zijn goede manieren. In zijn gehele actieve loopbaan ontving hij nimmer een waarschuwing van een scheidsrechter.
Loeki de Leeuw
Curieus en van een geheel andere aard is het volgende verhaal.
Biesbrouck: ,,Loeki de Leeuw is vernoemd naar mij. Dat is echt geen fabeltje, de brief waarin ze daar kond van doen heb ik nog thuis liggen. Het heeft te maken met een trip die we met het Nederlands elftal maakten in Engeland, ik meen in 1951.

Voordat we het vliegtuig instapten, kreeg ik van de KLM als aanvoerder een gelukspop aangeboden. Later is gevraagd of die figuur mijn naam mocht dragen. Nou dat vond ik natuurlijk geen probleem.''


Hoogtepunt uit de geschiedenis van de club is zonder enige twijfel het jaar 1953, waarin RCH het kampioenschap van Nederland binnenhaalde. Biebrouck: ,,Samen met Vitesse, Sparta en Eindhoven streden we om de landstitel. Vooraf werden ons weinig kansen toegedicht door de pers. Maar na een gelijkspel en twee overwinningen was die mening wel anders. Uiteindelijk kwam er een beslissingswedstrijd tegen Eindhoven in het volle Feijenoord-stadion (63.000 toeschouwers), die we na verlenging met 2-1 wonnen. We hadden in die tijd echt een behoorlijk elftal, maar misschien nog wel belangrijker: de trainer, Lesley Talbot, was werkelijk fantastisch Hij kon ploegen echt aan het voetballen krijgen.''

Qua resultaat liet RCH in 1989 voor het laatst van zich horen. Dat jaar werden de Heemstedenaren algeheel amateurkampioen.

Behalve Loek Biesbrouck had RCH in zijn toch wel roemruchte verleden de beschikking over Bram Peper, de voormalige burgemeester van Rotterdam en ex-minister van Binnenlandse Zaken. ,,Peper was een goede midvoor. Fysiek sterk, kon goed koppen en erg goed de bal afschermen.'' weet Kruijer. ,,Bram was bovendien een toffe gozer en toen al behoorlijk gebekt.''
Lesley Talbot, succestrainer en prachtkerel
Onder Lesley Talbot kende RCH de meeste successen. De Engelsman kwam in 1947 over van Bristol RoversBristol Rovers. ,,Hij was tot 1959 trainer van RCH,'' weet Maup Kruijer. ,,Het was een prachtkerel. Talbot was qua techniek zijn tijd ver vooruit. Rinus Michels mag dan de naam hebben dat hij de backs liet opkomen, maar dat gebeurde bij ons onder Talbot al. Daarbij had –ie een fabelachtige traptechniek. Links en rechts schieten zonder moeite. Hij deed alles voor en speelde ook mee tijdens partijtjes. En je kon hem maar beter in je partij hebben. Want als je niet uitkeek schopte hij je dwars doormidden. Hij was het prototype van de Engelse voetballer, keihard voor zijn spelers ook. Als hij zei dat je linksbuiten moest spelen, dan deed je dat ook. Ja maar . . . bestond niet.''

Johan Neeskens:  ,,Ik heb er een fantastische tijd gehad''
Behalve Loek Biebrouck, verdedigde nog een voetbalgrootheid de kleuren van de club uit Heemstede: Johan Neeskens.Johan Neeskens - Ajax

Ajax betaalde in 1970 liefst 225 duizend gulden aan RCH voor de toen pas achttienjarige middenvelder.

,,Ik heb een fantastische tijd doorgemaakt bij RCH,'' zegt Neeskens.
,,Ik ben lid geworden toen ik acht jaar was. En ik heb er niet alleen gevoetbald, maar ook gehonkbald. We hadden bij RCH een heel goede jeugd. We werden vaak kampioen en van daaruit ben ik veel gekozen in vertegenwoordigende elftallen.''

Aan het eind van het seizoen 1970/71 moest RCH wegens de sanering van het betaalde voetbal, het bestaan als profclub opgeven.
Zeer tegen in van het bestuur, dat een juridische strijd tegen de KNVB uiteindelijk na lang touwtrekken verloor.

Tekst overgenomen uit V.I. 50 jaar betaald voetbal  -  © V.I.
RCH selectie 1958-1959
Boekje 50 Jaar Betaald Voetbal 2005